De Langhaar Collie(Engels Rough Collie) De Korthaar Collie (Engels Smooth Collie)

| De Schotse Herdershond is één van de drie
soorten Collies. Er bestaan ook nog een Bearded Collie en een Border Collie. Geschiedenis : De Schotse Herder langhaar, ook wel wel Langhaar Collie genoemd, is een herdershond die van oorsprong uit het Noorden van Engeland en Schotland komt. De Schotse herdershond is al bekend sinds de 13e eeuw in Engeland en werd tot de 18e eeuw als herder van schapen ingezet. In 1840 werd de eerste Collie Club gesticht. De Schotse Herder is onder meer stamvader van de Australian cattle dog. Schotse Herders stammen misschien af van de plaatselijke zwarte 'Colley Dog'. Volgens anderen draagt de hedendaagse Schotse Herdershond, Russisch Windhonden en Ierse Setterbloed in zich. Ze werden ooit Shepherd's Dogs of Ban Dogs genoemd en hebben eeuwenlang in Schotland en Noord-Engeland gewerkt als schaapshonden en veedrijvers. Honderden jaren lang zijn ze gefokt op temperament en werktalent. Het speciale, aantrekkelijke uiterlijk kwam pas later. De moderne raskenmerken werden rond het einde van de 19de eeuw bedacht, gevolgd door de rasstandaard. Deze honden hebben altijd succes gehad op hondenshows, vroeger en nu. Ze waren al populair bij herders. Maar toen koningin Victoria er een paar aanschafte, kwam de belangstelling bij de adel pas goed op gang. In alle lagen van de Britse bevolking waren Collies te vinden als huishond. Ze gingen met emigranten naar Amerika en werden daar tegen het einde van de 19de eeuw als showhond erkend. In de 20ste eeuw was er steeds minder werk voor herdershonden. Maar actieve promotie door de rasverenigingen hield de belangstelling voor Collies als gezelschapshond wel steeds op peil. De langharige Schotse Herdershond werd door de televisiereeks Lassie een van de meest bekende hondenrassen. wat zowel positieve als negatieve gevolgen heeft gehad voor het ras. Karakter De Schotse Herdershond langhaar is zeer geschikt als familiehond, hij is een enthousiaste, gezellige, hond die over het algemeen wat afstandelijk is tegenover vreemden. Hij is indrukwekkend mooi, onder
andere door de zachte uitdrukking van zijn mooie hoofd en zijn prachtige vacht. Hij is in huis rustig maar daar integen buiten altijd in voor een spelletje,
wil met plezier werken voor de baas en hij heeft een hoge graad van
intelligentie.
Hoofd: de vorm van het hoofd is karakteristiek voor het ras en moet zowel van voren als van opzij gezien op een stompe, wig lijken. Het schedeldak en de snuit zijn even lang en lopen evenwijdig aan elkaar, de stop is waarneembaar maar niet uitgesproken, de onderkaak is sterk en zuiver gemodelleerd, de neusspiegel is zwart. Ogen: middelgroot, amandelvormig en schuin geplaatst met een zachte expressie. Donkerbruin van kleur, behalve bij de blue merle, waarbij één of beide ogen dikwijls blauw of blauwgevlekt zijn. Levendige en alerte uitdrukking. Oren: middelmatig groot, niet te dicht bijeen geplaatst in rust naar achteren gedragen. Wanneer de hond alert is naar voren gericht, waarbij een-derde van het opgerichte oor op een natuurlijke manier naar voren tipt. Gebit: compleet schaargebit met goed ontwikkelde kaken. Hals: gespierd, krachtig, tamelijk lang, goed gebogen. Lichaam: iets langer dan hoog, rechthoekig, sterke rug, bij de lendenen iets gewelfd, diepe borstkas. Voorhand: schuine schouder en goed gehoekte schouder en opperarm. Rechte voorbenen die nòch naar binnen nòch naar buiten draaien. Achterhand: gespierde achterbenen, goed gehoekte knie- en spronggewrichten. Hakken tamelijk laag en krachtig. Voeten: ovaal, met goed ontwikkelde voetzolen, goed gesloten tenen, achtervoeten iets minder gebogen dan de voorvoeten.(kattevoeten) Staart: zo lang dat het benige gedeelte onder de sprongpunt komt. Wordt in rust sabelvormig gedragen, in beweging hoger, vrolijk, maar nooit boven de rug. Gangwerk: karakteristiek voor het ras. Krachtig, vloeiend, evenwijdig, met goede stuwkracht. (Bij snelheid single-tracking, d.w.z. in één lijn) Vacht: De langharige collie heeft een lange zijdeachtige vacht met dikke
ondervacht. Bij de langharige Schotse Herdershond moet de vacht
strak over het silhouet van het lichaam vallen en grof
zijn, de ondervacht is zacht en dicht. Flinke manen en
weelderige vacht op de borst. Verzorging: met grove kam en borstel de vacht verluchten. Wees voorzichtig met de ondervacht. In de rui komt de ondervacht los te zitten, evenals de dekharen. Met een borstel met pinnen (alleen gebruiken tijdens de rui) haalt men er alles uit wat los zit. Eventueel wassen met een goede antiklit hondenshampoo, maar neiging tot klittenvorming heeft deze vacht in de ruiperiode niet, behalve achter de oren en in het veel langere haar aan staart en broek en in de oksels. Bij goede vachtverzorging geen overdadige haaroverlast. In de ruiperiode dagelijks borstelen om haaroverlast te beperken tot een paar weken. Kleuren Wereldwijd bestaan vier kleurvariëteiten: sable,
tricolor en blue-merle. De vierde variëteit, de witte collie,
werd bij het opstellen van de standaard vergeten. Hij is tot nu toe alleen in Amerika en België als ras erkend.
In het verleden heeft ook nog de zwart-witte collie bestaan, maar die
kleur is helaas uitgestorven. Doublemerle(dat zijn merleXmerle paringen) of sablemerle( dat is elke paring merleXsable) is niet toegestaan. Alle drie kleurslagen hebben een geheel of gedeeltelijk witte kraag, witte bef, benen en voeten en een witte staartpunt de voorkeur.
Ook witte aftekeningen aan het hoofd (bles) zijn toegestaan. Geheel of
overwegend wit is niet toegestaan. ![]() Ze wandelen en spelen graag met elkaar. |
Geschiedenis gedeeltelijk
dezelfde als van de langhaar. De Schotse Herder korthaar, ook wel wel Korthaar Collie genoemd, is een herdershond die van oorsprong uit het grensgebied tussen Engeland en Schotland komt. Dit grensgebied wordt ook wel de Border genoemd.
Rond 1870 begon men de
Schotse Herdershond op uiterlijke kenmerken te fokken en
daardoor werd de hond al snel heel populair. Er
ontstonden twee haarvarieteiten: een langharige en een
kortharige Schotse Herdershond. De beide varieteiten
zijn echter met elkaar gekruist. Het ras kwam al vroeg
naar het vasteland van Europa. De Schotse Herdershond is
een van de meest gewaardeerde honderassen ter wereld,
wat zowel positieve als negatieve gevolgen heeft gehad
voor het ras. Het is een gewaardeerde gezelschaps- en
tentoonstellingshond. Het was in de 19e eeuw mode om het
rijtuig te laten begeleiden door honden. Koningin Victoria heeft zo aan de
populariteit van de korthaar meegewerkt door zich te laten vergezellen door
o.a. haar Schotse Herdershond 'Sharp'. Karakter De Schotse Herder korthaar heeft een energiek, waakzaam karakter, hij is
enthousiast, drang naar activiteit, die zich uit in het met plezier werken voor de baas
en hij heeft een hoge graad van intelligentie. Hij heeft een perfecte anatomische bouw en zijn snelheid en sierlijkheid kunnen alleen door een windhond geëvenaard worden.
Hoofd: de vorm van het hoofd is karakteristiek voor het ras en moet zowel van voren als van opzij gezien op een stompe, wig lijken. Het schedeldak en de snuit zijn even lang en lopen evenwijdig aan elkaar, de stop is waarneembaar maar niet uitgesproken, de onderkaak is sterk en zuiver gemodelleerd, de neusspiegel is zwart. Ogen: middelgroot, amandelvormig en schuin geplaatst met een zachte expressie. Donkerbruin van kleur, behalve bij de blue merle, waarbij één of beide ogen vaak blauw of blauwgevlekt zijn. Levendige en alerte uitdrukking. Oren: middelmatig groot, niet te dicht bijeen geplaatst in rust naar achteren gedragen. Wanneer de hond alert is naar voren gericht, waarbij een-derde van het opgerichte oor op een natuurlijke manier naar voren tipt. Gebit: compleet schaargebit met goed ontwikkelde kaken. Hals: gespierd, krachtig, tamelijk lang, goed gebogen. Lichaam: iets langer dan hoog, rechthoekig, sterke rug, bij de lendenen iets gewelfd, diepe borstkas. Voorhand: schuine schouder en goed gehoekte schouder en opperarm. Rechte voorbenen die nòch naar binnen nòch naar buiten draaien. Achterhand: gespierde achterbenen, goed gehoekte knie- en spronggewrichten. Hakken tamelijk laag en krachtig. Voeten: ovaal, met goed ontwikkelde voetzolen, goed gesloten tenen, achtervoeten iets minder gebogen dan de voorvoeten.(kattevoeten) Staart: zo lang dat het benige gedeelte onder de sprongpunt komt. Wordt in rust sabelvormig gedragen, in beweging hoger, vrolijk, maar nooit boven de rug. Gangwerk: karakteristiek voor het ras. Krachtig, vloeiend, evenwijdig, met goede stuwkracht. (Bij snelheid single-tracking, d.w.z. in één lijn) Vacht: De kortharige Schotse Herdershond moet grove, vrij korte dekharen hebben, die dicht op het lichaam liggen, en een korte, dichte ondervacht. Kleuren De korthaar komt, net als de langhaar in drie kleuren voor volgens de Engelse Standaard. ( De witte collie is alleen erkend in de US
standaard maar is net zo oud als de anderen. Er zijn verschillende prenten
bekend met deze bijzondere kleur. Koningin Victoria had o.a een white
collie, zie boven.) Doublemerle(dat zijn merleXmerle paringen) of sablemerle( dat is elke paring merleXsable) is niet toegestaan. Alle drie kleurslagen hebben een geheel of gedeeltelijk witte kraag, witte bef, benen en voeten en een witte staartpunt de voorkeur. Ook witte aftekeningen aan het hoofd (bles) zijn toegestaan. Geheel of overwegend wit is niet toegestaan. Grootte: Reuen 56-61 cm schouderhoogte, teven 51-56 cm. Gewicht: reuen 20,5 - 29,5 kg, teven 18-25 kg.Collies kunnen wel 12 jaar of ouder worden. |

